
13 april 2022 & 8, 9 september 2023 | Steenwijk
We gaan 500 jaar terug in de tijd. Het is zaterdag 19 september 1523. Kermis in Steenwijk. De stad bruist als nooit tevoren. Op de markt wordt gelachen, gedronken en gedanst. Goochelaars, muzikanten, handelaren en kwakzalvers trekken duizenden bezoekers uit de verre omtrek. De herbergen zitten vol en de sfeer is uitbundig. Ook de honderd Spaanse soldaten die in de vesting zijn gelegerd om de stad te beschermen, laten zich meeslepen door het feestgedruis. Niemand vermoedt dat deze kermis de laatste zal zijn in het middeleeuwse Steenwijk.
Terwijl de inwoners feestvieren, trekken in het donker vijandelijke troepen op naar de stad. Steenwijk ligt op een strategische plek, precies tussen het noorden en het zuiden van de Nederlanden. Wie Steenwijk bezit, beheerst de doorgang naar Friesland, Drenthe en Groningen. Daarom hebben twee machtige heersers hun oog op de vesting laten vallen: Keizer Karel de V en zijn grote rivaal Karel van Gelre. Al jaren voeren zij een meedogenloze strijd om de macht in de Nederlanden.
Karel van Gelre besluit zijn beruchtste veldheer in te zetten: Maarten van Rossum. Een man die gevreesd wordt in heel de Lage Landen en bekendstaat om zijn nietsontziende oorlogvoering. Met een leger van ruiters en voetknechten trekt hij op naar Steenwijk. Vanuit het noorden naderen tegelijkertijd bondgenoten van Gelre. De stad wordt van twee kanten bedreigd.
In de vroege ochtend van 20 september slaat het noodlot toe. De bewaking op de wallen is minimaal. De soldaten slapen hun roes uit en de poorten zijn nauwelijks bewaakt. Vijandelijke troepen weten ongemerkt de vesting binnen te dringen. Wat volgt is een ramp van ongekende omvang. Vuur grijpt razendsnel om zich heen. Houten huizen en rieten daken veranderen de stad in een allesverslindende vuurzee. In paniek proberen inwoners hun bezittingen te redden, terwijl anderen halsoverkop vluchten. De hitte is ondraaglijk, de rook verstikkend. Binnen enkele uren verandert een welvarende handelsstad in een rokende puinhoop. Slechts zes huizen en de kerk resteren. Hoe heeft het zover kunnen komen?






